Hoe ontstaat degradatie?
Zonnepanelen worden blootgesteld aan uiteenlopende weersomstandigheden zoals zonlicht, wind, regen, temperatuurverschillen en vocht. Deze externe invloeden veroorzaken slijtage aan de materialen in het zonnepaneel, waardoor de prestaties geleidelijk afnemen. Daarnaast spelen interne factoren zoals veroudering van de halfgeleiders en verbindingen een rol.
Gemiddeld vermogensverlies
- In het eerste jaar is er vaak een iets grotere afname (tot ongeveer 2 à 3%)
- Daarna stabiliseert de jaarlijkse degradatie meestal rond de 0,3% tot 0,8% per jaar
- Na 25 jaar wekt een paneel doorgaans nog 80 tot 90% van zijn oorspronkelijke vermogen op
De exacte degradatie hangt af van het type zonnepaneel, de productkwaliteit en de omstandigheden waarin het paneel is geplaatst.
Invloed van degradatie op opbrengst
Hoewel het vermogen geleidelijk daalt, blijft de opbrengst van een zonne-energiesysteem ook na tientallen jaren nog significant. Moderne zonnepanelen zijn ontworpen om minstens 25 jaar mee te gaan met een redelijke energieproductie. De invloed van degradatie wordt dus grotendeels opgevangen door een initiële overcapaciteit of rendementsmarge.
Verschillen tussen technologieën
Niet elk type zonnepaneel degradeert even snel:
- Monokristallijne panelen vertonen doorgaans minder degradatie dan polykristallijne
- Glas-glas panelen behouden hun prestaties beter dan glas-folie varianten
- Nieuwere technologieën zoals Topcon en IBC bieden vaak verbeterde degradatiecijfers
Garantie en degradatie
Fabrikanten geven vaak een vermogensgarantie, zoals 90% na 10 jaar en 80% na 25 jaar. Dit betekent dat als het paneel sneller achteruitgaat dan deze grens, je mogelijk aanspraak kunt maken op garantie.