Werking
Het laadvermogen wordt bepaald door de zwakste schakel in de keten van laadpaal, laadkabel, voertuig en elektrische aansluiting. Als een auto bijvoorbeeld een boordlader van 7,4 kW heeft, maar de laadpaal 11 kW kan leveren, zal er alsnog maximaal met 7,4 kW worden geladen.
Het vermogen wordt berekend aan de hand van:
- Spanning (Volt)
- Stroomsterkte (Ampère)
- Aantal fasen (1-fase of 3-fase)
Formule: Vermogen (kW) = Spanning (V) × Stroom (A) × Aantal fasen ÷ 1000
Voorbeelden van laadvermogens
- 3,7 kW: 1-fase, 16 A – langzame thuislader
- 7,4 kW: 1-fase, 32 A – sneller thuisladen (mits geschikte aansluiting)
- 11 kW: 3-fase, 16 A – veelvoorkomend in openbare laadpalen
- 22 kW: 3-fase, 32 A – sneller laden, mits auto dit ondersteunt
- 50 kW en hoger: DC-snelladers voor onderweg (bijvoorbeeld langs snelwegen)
- Tot 350 kW: ultrafast chargers, vooral geschikt voor moderne EV’s met grote accu’s
Toepassing
Het juiste laadvermogen is afhankelijk van:
- De elektrische infrastructuur thuis of op locatie
- De boordlader van de auto
- De laadtijd die gewenst of beschikbaar is
- De locatie (thuis, werk, openbaar of snelweg)
Voor particulier gebruik is 11 kW vaak meer dan voldoende. Snelladen met hoge vermogens is handig voor onderweg, maar minder efficiënt voor dagelijks gebruik.
Voordelen van hoger laadvermogen
- Kortere laadtijd
- Handig voor auto’s met grote accucapaciteit
- Flexibiliteit bij meerdere voertuigen op één locatie
- Efficiënt laden tijdens korte tussenstops (bij DC-laden)
Aandachtspunten
- Hogere vermogens vereisen vaak een 3-fase aansluiting
- Niet alle auto’s kunnen met meer dan 7,4 of 11 kW wisselstroom laden
- Laadverliezen kunnen toenemen bij hoge snelheden
- Bij snelladen warmt de accu sneller op, wat invloed kan hebben op levensduur
- Het maximale laadvermogen kan worden begrensd door de netbeheerder of slimme laadsoftware