Verschil met zelfconsumptie
Hoewel de termen vaak door elkaar worden gebruikt, is er technisch gezien een verschil:
- Zelfconsumptie = het directe gebruik van zonne-energie op het moment dat deze wordt opgewekt
- Eigen verbruik = zelfconsumptie + later gebruik van opgeslagen zonne-energie (via een thuisbatterij)
Voorbeeld:
- Je zonnepanelen wekken 10 kWh op
- Je gebruikt daarvan 3 kWh direct (zelfconsumptie)
- Je slaat 5 kWh op in een thuisbatterij en gebruikt die ’s avonds
- Je totale eigen verbruik is dan 8 kWh (80%)
Waarom is eigen verbruik belangrijk
- Het verhoogt de onafhankelijkheid van het elektriciteitsnet
- Het zorgt voor minder teruglevering, wat gunstig is als de salderingsregeling wordt afgebouwd
- Het maximaliseert het rendement van een zonnepaneelinstallatie
- Het helpt om energiekosten te besparen, zeker bij dynamische of variabele energietarieven
Hoe verhoog je het eigen verbruik
- Gebruik apparaten zoals wasmachine, vaatwasser en droger wanneer de zon schijnt
- Laad elektrische auto’s of thuisbatterijen overdag op
- Maak gebruik van energiebeheersystemen die verbruik afstemmen op opwek
- Installeer een thuisbatterij om opgewekte stroom op te slaan
- Gebruik slimme laadstations, boilers of warmtepompen met aanstuurbare tijdschema’s
Typische cijfers
- Woningen zonder batterij: 25–40% eigen verbruik
- Woningen met batterij en slimme aansturing: 60–85% of meer
- Volledig eigen verbruik (100%) is zelden haalbaar zonder overdimensionering en afkoppeling van het net
Relevantie in beleid en techniek
Bij het afbouwen van de salderingsregeling wordt eigen verbruik steeds belangrijker om de investering in zonnepanelen rendabel te houden. Netbeheerders stimuleren ook een hoger eigen verbruik om netcongestie te verminderen.