Werking
Elke keer dat een batterij wordt opgeladen en weer gebruikt, telt dat als (een deel van) een cyclus. Dit hoeft niet altijd een volledige 100% op- en ontlading te zijn. Als een batterij bijvoorbeeld twee keer tot 50% wordt ontladen en weer opgeladen, telt dit samen als één volledige cyclus.
Batterijen degraderen naarmate ze meer cycli doorlopen. De mate van degradatie hangt af van verschillende factoren zoals temperatuur, laadgedrag, ontlaadsnelheid, en type batterijtechnologie (bijvoorbeeld lithium-ijzerfosfaat of nikkel-mangaan-kobalt).
Belang bij energieopslag
De levensduur van een thuisbatterij wordt vaak uitgedrukt in het aantal cycli dat de batterij kan doorstaan voordat de capaciteit onder een bepaald percentage daalt, bijvoorbeeld tot 80% van de oorspronkelijke capaciteit. Een batterij met 6.000 cycli bij dagelijks gebruik (één cyclus per dag) gaat theoretisch zo’n 16 jaar mee.
Invloed op rendement en kosten
Hoe meer laadcycli een batterij aankan zonder noemenswaardig capaciteitsverlies, hoe duurzamer de investering. Daarom is de batterijcyclus een belangrijke indicator voor de economische levensduur van een energieopslagsysteem. Een batterij met een hogere prijs, maar ook een veel hoger aantal cycli, kan op lange termijn voordeliger zijn.
Indicatieve levensduur per technologie
- LFP (lithium-ijzerfosfaat): 4.000 – 10.000 cycli
- NMC (nikkel-mangaan-kobalt): 2.000 – 6.000 cycli
- Loodzuur: 500 – 1.200 cycli
Toepassingen
- In thuisbatterijen om zonne-energie tijdelijk op te slaan
- In elektrische voertuigen om rijbereik en levensduur te bepalen
- In off-grid systemen waar betrouwbaarheid en lange levensduur cruciaal zijn