Achtergrond
De BENG-regelgeving is ingevoerd naar aanleiding van Europese afspraken (EPBD-richtlijn) die bepalen dat alle nieuwe gebouwen in Europa bijna energieneutraal moeten zijn. In Nederland heeft BENG de vroegere EPC (Energieprestatiecoëfficiënt) vervangen als meetinstrument.
De drie BENG-eisen
De BENG-norm bestaat uit drie prestatie-indicatoren die gezamenlijk bepalen hoe energiezuinig een gebouw is:
1. Energiebehoefte (BENG 1)
Dit geeft aan hoeveel energie een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling, uitgedrukt in kWh per m² per jaar.
Doel: beperken van de warmtevraag door goede isolatie en compact bouwen.
2. Primair fossiel energiegebruik (BENG 2)
Hierbij gaat het om de hoeveelheid fossiele energie die het gebouw gebruikt, ook uitgedrukt in kWh per m² per jaar.
Doel: stimuleren van efficiënte installaties en beperking van fossiel gebruik.
3. Aandeel hernieuwbare energie (BENG 3)
Het percentage van het energiegebruik dat afkomstig is van hernieuwbare bronnen, zoals zonnepanelen, zonneboilers of warmtepompen.
Doel: aanmoedigen van duurzame energieopwekking.
Toepassing
BENG-eisen gelden bij:
- Nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen
- Aanvragen van een omgevingsvergunning
- Uitbreidingen van bestaande gebouwen (bij grote omvang)
Voor elke gebouwfunctie zijn specifieke grenswaarden vastgesteld, afgestemd op het type gebouw en gebruiksfunctie.
Middelen om aan BENG te voldoen
- Goede thermische isolatie (vloer, gevel, dak)
- HR+++ of triple glas
- Warmtepomp of aansluiting op warmtenet
- Balansventilatie met warmteterugwinning
- Zonnepanelen en/of zonneboiler
- Energiezuinige verlichting en apparatuur
Voordelen van BENG
- Lagere energierekening voor bewoners of gebruikers
- Vermindering van CO₂-uitstoot
- Hogere woningwaarde en toekomstbestendigheid
- Beter binnenklimaat en comfort